10 vragen aan thrillerauteur Benny Baudewyns

Een tijdje geleden vertelde ik jullie in mijn blogbericht “Hoe schrijf je een thriller ?“, hoe zo’n spannend boek tot stand komt.

Daar wil ik nu graag een vervolg aan breien. Waarom ? Omdat ik mezelf na het lezen van een boek, vaak vragen stel over wie er nu eigenlijk achter schuilgaat. 
Daarom dacht ik aan een interview met thrillerauteur Benny Baudewyns (die trouwens ook het onderwerp uitmaakte van mijn voormelde blogbericht).

Ik stelde Benny 10 vragen omtrent schrijven. Benieuwd ? Neem er alvast een kopje koffie of thee bij en installeer je in een makkelijke stoel, want dit interview is langer uitgevallen dan ik zelf verwacht had. Door het onderwerp van mijn vragen, en het enthousiasme van Benny voor het schrijven en lezen, werd deze laatste een echte spraakwaterval …

En oh ja, vergeet ook niet op de gekleurde en onderlijnde linkjes te drukken voor extra informatie/lectuur ! 😁

1. Kunnen we even terug naar je jeugd ? Was je al van jongs af aan een fervent lezer ? Welk genre boeide je toen het meest ?

“Ik las vroeger veel meer dan nu. Was al vanaf mijn 14de een goede klant bij de bibliotheek in Dilbeek (ijzeren rekken in 3 achter mekaar liggende vertrekken in een donker huis dat de gemeente had opgekocht – hihi, jeugdsentiment).”
“Ik herinner me de, wat ze nu “young adult-boeken” zouden noemen. Redelijk versleten boeken op groot formaat en met saaie, bruine covers met enkel de titel en naam van de auteur. 
Drie Jongens” was een reeks, door een Nederlander geschreven, zijn naam ontsnapt me. En de reeks rond Pim Pandoer, die notabene een amfibievoertuig had, lang voor Kapitein Zeppos ! Allemaal verslonden.”

“Toen ik ouder werd, las ik enorm veel thrillers. Alistair Mc Lean bijvoorbeeld, een miljoenenverkoper in de jaren zeventig, nu totaal vergeten. Nochtans, van hem zijn “Poolbasis Zebra” (verfilmd met Rock Hudson), “The Guns of Navarone” (Peck, Quinn …) en “Commando Navarone” (Harrison Ford). Spannende romans die zich op alle mogelijke plekken van de wereld afspeelden en die één ding gemeen hadden : het waren nooit de klassieke politieverhalen met een misdaad bij de start en een gekliste dader op het einde, maar stevige avonturen van meestal nietsvermoedende mensen die in een heksenketel terechtkwamen. Een opzet waar ik altijd van heb gehouden en ook toepas in mijn boeken.”

“Al dat thrillergeweld loste ik af met boeken over de Tweede Wereldoorlog. Een onderwerp dat mij steeds heeft geboeid, zelfs nu nog. Heel vreemd, want ik had het geluk het niet te moeten meemaken. Ik herinner me in het bijzonder “Het Boek der Kampen” van Ludo van Eck. Een gruwelijk relaas over de concentratiekampen. (van Eck had het zelf meegemaakt en het kamp overleefd – de sukkelaar moest zich daarna behelpen met het schrijven van pornografische stationsromans om in zijn levensonderhoud te voorzien). Zijn boek over de kampen had me zo aangegrepen dat ik vanaf dan alles wou lezen van wat er over die rampzalige periode was geschreven. En dat is nogal wat, want ik ben er nóg mee bezig ! Vuistdikke pillen over opkomst en ondergang van het nazisme, de levens van H en de zijnen, de slag om Berlijn, het debacle in Stalingrad. Duizenden pagina’s heb ik erover verslonden.”

2. Waar ben je je schrijverscarrière mee begonnen : was het meteen een boek of een toneelstuk ?
En ging dat eerste échte schrijven vlot, of in stukken en brokken, met veel in de prullenmand ?

“Ik heb een heel kleine prullenmand en daar belandt dan nog weinig in (lacht). Ik schrijf heel gericht. Daarmee bedoel ik dat ik pas schrijf als het echt goed aanvoelt. Heb ik twijfels of vind ik het niet zo best, dan stop ik (soms na 2 woorden, je weet snel wanneer iets niet spoort).
Ik heb ook geen onafgewerkte producten in mijn digitale la liggen. Áls het al eens gebeurt dat ik met iets stop, dan neem ik dat later, soms na een ander manuscript, weer ter hand en vaak werk ik dat dan af. Vind ik echt dat het prul is, dan doe ik een beroep op de “Heilige Deleat” (lacht)

“Maar ter zake : in den beginne was er het toneelstuk. Dat kwam omdat ik in het amateurtheater zat en ik vond dat er nogal wat flauwe stukken de ronde deden. Echte billenkletsers zijn er niet met hopen, wat overbleef waren bestofte komedies vol platgetreden paden en baardige moppen. Ik weet niet of ik veel heb bijgedragen aan een kentering hierin. Mijn stukken waren vaak zo absurd dat menig toeschouwer de handen door het haar haalde en meewarig het hoofd schudde. Tja, ik kan het ook niet helpen, Monthy Python staat bij mij met stip op één.
Toch mag ik zeggen dat ik op toneelgebied een bestplayer heb – een vaak opgevoerd stuk, zoals een bestseller vaak wordt verkocht – ((lacht) : nu zou hier een glimlachende emoticon moeten komen)”
(😊bij deze Benny !)
In het stuk “Het Fun…erarium” kunnen de opgebaarde lichamen met elkaar communiceren. Al 25 jaar wordt dit overal in Vlaanderen en Nederland opgevoerd. Ben ik wel fier op. Al besef ik dat het stuk, nadat ik zeker al een twintigtal verschillende producties heb gezien, zijn zwakke momenten heeft.”

3. Waarom schrijf je thrillers ? Van waar  die  keuze, daar  waar je toneelstukken  komedies  zijn?

“Zoals gezegd heb ik altijd van thrillers gehouden. Voor ik bij het toneel zat, las ik ze met bergen. Ik houd van de spanning, van de plot die ineens een geheel andere kant opgaat. Van een verdachte die uiteindelijk de held wordt, of van de grijze muis die blijkbaar een lange kerfstok heeft.
Die sfeer, dat dreigende, die spanning, dat kun je echter nooit op een toneelpodium creëren. Het volstaat niet om een dreigend muziekje onder een scène te plaatsen. Vaak nekken het gebrek aan middelen en talent van amateurgezelschappen zo’n productie. Ik kan er van meespreken : ik schreef ooit zelf een thriller en produceerde hem. Het resultaat was niet meteen mijn beste toneelherinnering.”

“Toen ik uiteindelijk stopte met toneel (te veel producties en een beroepsleven dat steeds intenser werd), kriebelde het al snel om eens “een écht boek” te schrijven, en kwam ik meteen bij die oude liefde voor thrillers uit.
En het lukte nog ook ! Mijn eerste manuscript, “Het Zwartberg Plan“, werd aanvaard.
En nu, na 14 titels (en nog 2 manuscripten die bij de uitgever wachten op goedkeuring), raakt de boekenplank met “eigen werk” aardig vol ..

“In de loop van mijn nu toch al 20 schrijfjaren deed ik ook een eigenaardige ontdekking. Waar een toneelproductie niet goed spoort met spanning, heeft een thriller geen baat bij humor.
Een komische thriller : het werkt niet. Ik heb het er met de uitgever al vaker over gehad, en verschillende van mijn collega’s probeerden het. Het pakt verkeerd uit.”

“Toni Coppers, toch geen kleine jongen in het vak, begon ooit met het schrijven van komische thrillers. Het werd niet het succes dat hij vandaag heeft met zijn oerdegelijke verhalen vol duistere personages. Rudi Soetewey deed het ook enkele jaren geleden met “Salami“. Een grappig boek, maar je voelt dat de thrillerelementen het onderspit moeten delven.
Ik heb ook enkele boeken waarin de toon iets losser is, iets luchtiger. Maar je moet verdraaid goed doseren of je nekt het verhaal.”

4. Wat was je grootste voldoening tot nu toe ? De Diamanten Kogel die je kreeg ? Zo’n erkenning doet wat met een mens, toch ?

“De Diamanten Kogel was absoluut een hoogtepunt. Ik won deze prijs in 2002 met “De Emerson Locomotief“, nog maar mijn 2de boek. Het was ook de eerste keer dat die prijs werd uitgereikt (nu helaas ter ziele gegaan, spijtig), en het mocht allemaal wat kosten.”

“Wim Delvoye had een trofee ontworpen (een razend gevaarlijke boksbeugel met puntige diamanten op de ringen), en was aanwezig op de uitreiking. Samen met wijlen Jan Hoet, die mij van professioneel commentaar over het kunstwerk voorzag.
Er was massale persbelangstelling, fotootjes in bijna alle kranten, interview op Eén en Studio Brussel.
Ik haalde ’s anderendaags zelfs “De Laatste Show” (toen nog met Bruno Wynendaele).
Prachtig allemaal. Zelfs de verkoop van het boek ging wat de hoogte in !”

 

“Helaas was het vanaf het volgende boek opnieuw “business as usual”. Vechten voor elke lezer, en een oplage waar een Britse of Amerikaanse bestsellerauteur van zou denken dat het een aantal proefdrukken zijn vooraleer de echte verkoop begint.”

“Nu, zovele jaren later bezien, was het toenmalig verkoopcijfer nog best aardig. Sindsdien ging het alleen maar bergaf. Niet bij mij alleen hoor. De malaise in het lezen treft iedereen. Het is nu eenmaal zo, er wordt veel minder gelezen.
Gelukkig heb ik meer dan voldoening aan het feit dat mijn boeken sowieso nog worden uitgegeven en dat ik aan elke titel goede recensies en prachtige lezerscommentaren overhoud.”

6. Op welk boek ben je het meest trots ?

“Het zijn er 2, maar ze vormen eigenlijk één groot verhaal : “De Walpurgis Nachtmerrie” en “Het Walpurgis Archief“. Beiden goed voor bijna 1000 bladzijden.

Een verhaal dat vele jaren overspant, waar verschillende historische gebeurtenissen en bestaande figuren in voorkomen, en dat zich op zowat de halve aardbol afspeelt. Helemaal mijn ding, al zijn het verhalen die behoorlijk wat research vereisen. Zowat voor elk hoofdstuk moet je in documentatie duiken, zaken uitpluizen en zorgen dat je eigen personages daar in passen. En dan mag je de spanningsboog van je verhaal niet uit het oog verliezen. Heel intens, maar oh zo plezant om te doen !”

7. Wat is tot nu toe je grootste teleurstelling als schrijver ?

“Een grote teleurstelling heb ik niet. Het schrijven en uitgeven heeft me altijd mooie momenten opgeleverd (de eerste keer dat je een nieuw boek in de handen hebt : MAGISCH !)”

“Bijna had ik er eentje, een teleurstelling, maar achteraf bekeken pakte het helemaal anders uit. Het gaat over mijn boek “Het Tati-syndroom“, mijn voorlaatste. Het was het eerste manuscript dat ik schreef toen ik naar Spanje was verhuisd en plots zeeën van tijd had om aan het schrijven te spenderen. En dat moet het manuscript geen goed hebben gedaan. Omdat ik er constant mee bezig was, en ook de ruimte had om stukken te herschrijven en nieuwe plotwendingen te bedenken, werd het uiteindeljke verhaal zo ingewikkeld dat, om het met een Brusselse uitdrukking te zeggen : de kat haar jongen niet meer vond (uitgesproken als : “‘n kat vindt eur joengere ne mie“)”

“Op dat moment was ik me daar echter niet van bewust en was ik ervan overtuigd dat ik een prachtverhaal had. Tot het leesverslag van mijn uitgever kwam …
Het was alsof de hemel op mijn hoofd viel. Door het kluwen was het verhaal absoluut niet spannend meer. Hij was er zelfs met de grootste moeite door gesparteld. De veranderingen die hij suggereerde, waren zo ingrijpend dat ik gewoon van voor af aan kon herbeginnen ! Wat een teleurstelling, vond ik. Ik was zó kwaad dat ik 4 maanden niks heb geschreven en niet tegen mijn uitgever heb gesproken.”

“Tot ik in een verveelde bui, na bijna 5 maanden, op mijn laptop het bestand open klikte en begon te herlezen. Na een halfuur wist ik het : “mijn uitgever heeft gelijk, dit is nodeloos ingewikkeld en vergezocht.
Twee dagen later begon ik alles te herwerken, rekening houdend met de aanbevelingen van de uitgever (en die waren ingrijpend : zo moest er een hoofdpersonage verdwijnen en moesten twee plotwendingen in de finale er ook aan geloven). Ik ploegde dapper verder en zie : mijn teleurstelling werd een glundermoment. Het verhaal kreeg een frisse plot, de spanning steeg en de finale bleek heel efficiënt.  Ik heb nog nooit zo’n goede recensies gehad voor een boek als bij deze (4 sterren in de VN-thrillergids. Zowat de Michelingids onder de spannende verhalen !).”

“Conclusie : altijd luisteren naar je uitgever. Die man heeft al veel langer met boeken te maken dan eender wie ! (En oh ja (lacht), het kwam goed met hem hoor. Hij ontving glimlachend mijn excuses en zei dat mijn reactie ergens maar normaal was : een schrijver ziet zijn manuscript als zijn kindje. En wanneer dát wordt aangevallen …)”

8. Wat lees je momenteel zelf het liefst ? Welke auteurs bewonder je en waarom ? Wie was je grote voorbeeld in binnen-en buitenland ?

“Ik zou het eigenlijk niet mogen zeggen, maar tegenwoordig lees ik veel te weinig. Toch als ik het vergelijk met vroeger. Een puntje ter verdediging : als ik met een nieuw verhaal bezig ben, laat ik mijn gedachten niet graag gestoord worden door iemand anders verhaal, en aangezien ik tegenwoordig wel veel schrijf …”

“Als ik dan toch een tussendoortje neem, lees ik graag andere genres dan thriller. Ik lees veel non-fictie (op dit moment over Noord-Korea), en autobiografieën (van Eric Idle en John Cleese onlangs – Monty Python, weet je wel).”

“Kies ik dan toch voor een thriller, dan zal dat nooit het klassieke politieverhaal zijn, waarbij de rechercheur het hoofdpersonage is die op het eind netjes de dader aflevert. Eerder verhalen met een hoek af. Zoals een geschorste politieman die in adoratie komt voor een lijk dat hij aantreft in een verlaten pand (“Diep in December” van Patrick Conrad). Of een suffe bioscoopbediende die in zijn eigen wereld de meest waanzinnige zaken meemaakt, en waar je pas op de laatste bladzijde te weten komt hoe de vork precies in de steel zit (“Goodnight Charlie“). Opnieuw van Conrad, voor mij op dit moment de beste Vlaamse thrillerschrijver, al spreekt hij zelf liever van ‘Roman Noir’ in plaats van een thriller.”

“Mijn grote voorbeelden ? 
Toen ik 20 jaar geleden met het schrijven van thrillers begon, waren dat  reeds die auteurs die afweken van de klassieke misdaadverhalen. Ik durf het bijna niet te zeggen, maar Agatha Christie en Simenon zijn niet aan mij besteed …
Elmore Leonard wel bijvoorbeeld. Heerlijk waanzinnige intriges, vaak over mensen die roeien met de riemen die ze hebben en hun tekortkomingen hebben.
Totaal anders van stijl en setting zijn de romans van Robert Goddard. Maar ik hou ervan omdat ze vaak handelen over onschuldige mensen die op een ongewilde manier verwikkeld raken in niet-koosjere gebeurtenissen.
Een auteur die er echter voor mij met kop en schouder bovenuit steekt is James Ellroy. Een beetje in de vergeethoek nu, want hij heeft al een tijdje niks meer van zich laten horen. Hij heeft een fantastische schrijfstijl, die echter wel moet wennen. Wanneer ieder rechtgeaarde auteur bijvoorbeeld het volgende zou schrijven : “De aftandse villa lag verscholen achter hoog opgeschoten struiken“, dan wordt dat bij Ellroy : “De villa – verlaten, verloederd / de tuin-wild.” In één van zijn laatste romans, “Zes Ruggen“, gaat dit zo meer dan 500 bladzijden door.
Zijn eerdere werk is conventioneler, maar dan staan zijn ijzersterke intriges als een huis. Ze zijn niet voor niks ook verfilmd : “LA Confidentiel“, “The Black Dahlia” (over de onopgeloste moord op zijn moeder, waarbij zijn afkeer van het politieapparaat – door die onopgeloste moord – duidelijk naar voor komt).
Hij verdient volgens mij ook de medaille voor meest-van-de-pot-gerukte intrige. In “De Lange Leegte” ontvoert een schijnbaar respectvolle huisvader, wel met homofiele neigingen, een jongeman en laat hem chirurgisch ombouwen tot hij op zijn zoon gelijkt, omdat hij daar nu eenmaal op verliefd is. Waanzinnig ? Ja, absoluut, maar Ellroy komt ermee weg en weet je bij de keel te grijpen. Ook totaal waanzinnig is het feit dat het hoofdpersonage, een rechercheur met de nodige problemen, op veertig bladzijden van het einde zelfmoord pleegt en het verhaal met nieuwe personages verder moet !”

“En in Vlaanderen ? Wel, ook hier was er twee decennia geleden een auteur naar wie ik opkeek. Bob Mendes, schrijver van “De Kracht van het Vuur” en nog vele andere boeken. Hij opende mij de ogen, omdat hij durfde de platgetreden paden van het klassieke misdaadverhaal te verlaten om zich te wijden aan intriges in het Midden-Oosten, of bij de aanleg van een pijplijn in Alaska. Dat was voor mij het startschot : we kunnen in Vlaanderen ook over de grenzen kijken en onze personages hoeven niet meteen politiemannen te zijn die onder de kerktoren opereren !”

“Een leuke anekdote : toen ik al een drietal boeken uit had die dus over situaties handelden in heel de wereld, ontmoette ik hem op de Boekenbeurs en hadden we het over de verminderde verkoop die ons trof. Hij was wat pissig over het feit dat er bepaalde auteurs toch nog hoge verkoopcijfers haalden.
Weet je wat het probleem is?“, zei hij. “Wij schrijven te ingewikkelde boeken.”
Ik zal nooit vergeten dat hij het woord “wij” gebruikte. Ik vond dat een hele eer.”

 

9. Wat is je favoriete setting en verhaalperiode voor je boeken ?

“Die heb ik niet. Flarden verhalen dienen zich aan en die kunnen zich om het even waar en wanneer gaan afspelen. Ik ga wel graag terug in de geschiedenis, maar evengoed heb ik boeken die zich helemaal in het nu bewegen. Afwisseling geeft goesting zal ik maar zeggen …”

10. Wat zijn je toekomstplannen ? Heb je nog een speciaal project voor ogen in 2021 ?

“Dat zal van de uitgever afhangen. Op dit moment liggen er 2 manuscripten op zijn bureau. Afwachten of die worden goedgekeurd. Want het is dus zo, ook na zovele romans, en dan nog bij dezelfde uitgever, dat elk nieuw manuscript apart wordt bekeken en geëvalueerd.”

“Eentje heet “Moordgriet“, en heeft hetzelfde personage als in “Hartenvreter” in de hoofdrol : Ronny Tervaete, de onfortuinlijke begrafenisondernemer die zijn zaak kwijtraakt en in een wansmakelijke situatie terechtkwam. In dit nieuwe verhaal heeft hij Brussel de rug toegekeerd en leeft en werkt hij in de Ardennen. Het verhaal waaiert wel uit naar de Arabische Emiraten en Senegal, en opnieuw komt hij in de problemen terecht.”

“Het tweede manuscript heet “Het Buchinsky-incident“, en beslaat een periode van 1935 tot 1972. Ik houd mijn hart vast voor het leesverslag, want er zijn nogal wat zaken die in mijn nadeel zouden kunnen uitdraaien. Het is een omvangrijk boek (waarschijnlijk rond de 900 pagina’s). Er zijn enorm veel personages (ik lijstte ze op : in de veertig). En ik neem een stevige loop met de geschiedenis. Ik wijk af van de waargebeurde feiten en creeër een nieuw verloop. Benieuwd of mijn uitgever hierin meegaat. Ik houd jullie op de hoogte …”

Doe dat Benny ! En in afwachting van een nieuw boek of, waarom niet, een nieuw toneelstuk, wil ik je alvast bedanken voor dit leuk en openhartig interview. Ik hou jou in elk geval op de hoogte van de reacties.

TOT SLOT :

Tussen het interview en het online zetten ervan op mijn blogsite, kreeg Benny bericht van de uitgever. 
Hij wilde dit dan ook nog meedelen als aanvulling op mijn laatste vraag.
De uitgever heeft beslist dat “Het Buchinsky-incident“, te volumineus (lees : te duur) is voor uitgave.
Heel spijtig. Maar hopelijk komt het wél nog goed met het andere manuscript, “Moordgriet“. Duimen maar ! 👍

Zoals steeds kijk ik weer uit naar jullie reacties, en zal er jullie naar gewoonte persoonlijk op antwoorden.
TIP : Wil je graag op de hoogte blijven van mijn nieuwe blogberichten ? Schrijf je dan zeker in op mijn nieuwsbrief. En/of volg me op mijn Instagram en FB-pagina (klik hiervoor op de buttons bovenaan de pagina) 
                        KLIK HIER OM TERUG NAAR MIJN HOMEPAGE TE GAAN …

11 reacties op “10 vragen aan thrillerauteur Benny Baudewyns”

  1. Ik heb met plezier het interview gelezen en ik “hoorde” het hem bijna vertellen! 😀
    Ik duim heeeeeel hard dat die Moordgriet het haalt 😉
    Ik ben nu al benieuwd om het te lezen! Zo jammer dat ‘Het Buchinsky-incident” er niet komt … Ik vind dikke boeken zalig om te lezen.
    Veel succes en veel schrijfplezier gewenst!

  2. Van Herp Els

    Leuk om eens te lezen hoe alles in zijn werk gaat….als jong meisje heb ik ook veel boeken over de concentratiekampen enz gelezen, spijtig genoeg waren mijn boeken toen ons mama stierf, thuis niet meer te vinden. Met thrillers heb ik eigenlijk geen ervaring…misschien probeer ik het in de toekomst eens…

    1. Zeker doen. Ik las nooit thrillers, maar door Benny te leren kennen, toch nieuwsgierig geworden en super genoten van het lezen… soms beetje heel spannend, bangelijk als je alleen woont… hihi…

  3. Altijd leuk, de schrijver achter het boek te kennen! Een soort curiositeit … een erkenning … een…aja, dat is den Benny…. en nu… spannend afwachten naar , wat mij betreft, een boeiende titel… moord griet.. vooral het dubbelzinnige van betekenis… moordgriet in de volksmond en het thriller effect..???? Laat maar komen…

  4. Martine Patrouille

    Proficiat Nicole … Je hebt blijkbaar ook schrijverstalent !! Ik kan niet wachten tot het terug mooi weer is en ik in het zonnetje kan lezen. Dan verslind ik boeken en die van Benny zullen dan zeker op mijn lijst staan. Je hebt me namelijk heel erg nieuwsgierig gemaakt hoor. Dikke zoen en doe allebei zo verder…XXX Tine

  5. Leentje Vantilt

    Dag Nicole,
    Ik heb met plezier jouw interview met Benny gelezen. Knap gebracht moet ik zeggen. Proficiat! Ik lees zijn verhalen steeds met veel plezier. En hoop dat “moordgriet” vlug mag uit gegeven worden. Voor Benny: Veel succes gewenst met de volgende thriller. Ik kijk er al naar uit. En voor jou: succes met je blog.

  6. Prachtig dat interview met benny. Je weet dat ik ook van thrillers hou maar ik wist niet dat daar zoveel opzoekwerk aan te pas kwam. Door jou heb ik ook kennis gemaakt met zijn schrijftalenten en mijn eerste boek Mazzelaar verslonden. Super ! Kan niet wachten op het vlgde. Jij bent zelf een super verslaggeefster😉kzou zeggen doe zo verder 😎

  7. Sympa et instructive cette interview de Benny.
    Bel échange et bonnes questions. C’est super de mieux connaître l’écrivain … Un vrai travail de journaliste !

Laat een reactie achter

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *